Maandag 28-08-1989
Om
13.15 vertrokken we (Herm, Henk, Cor, Andre en Frank) van Schiphol en na
ongeveer 3,5 uur vliegen kwamen we aan op Kevlavik. De plaatselijke tijd is dan
14.30 en we gaan eerst geld wisselen, dat monopolygeld van hen is trouwens
nergens anders op de wereld te krijgen, hier guldens inwisselen blijkt echter
geen probleem. Herm, Henk en Cor gaan in de taxfree shop bier kopen, je kunt
hier namelijk bij aankomst ook nog taxfree shoppen. De koffers kwamen snel van
de band en toen op zoek naar de contactpersoon van de reisorganisatie. Zij(!)
werd snel gevonden, stelde zich voor als Catherine en vroeg onze namen. Cor
zegt "I am mister de Bock", Catherine ("C" voor de rest van
het verhaal) antwoordt met een licht cynische ondertoon "So I call you
MISTER de Bock for the rest of the holydays?". Hierna doet Cor een
vuurtoren na en stikt de rest van het lachen.
Wij
waren de eersten en moesten wachten op de rest van het gezelschap, dat verder
uit Engelsen blijkt te bestaan. Een gemêleerd gezelschap trouwens, van jongelui
tot oudere echtparen. Om 18.00 zijn we kompleet en vertrekken naar REYKYAVIK,
waar we nog twee Ieren, Seamus en Keith oppikken. Keith, die heel lang haar
heeft, komt naast mij zitten, waarop Herman zegt; "Ik vind die van jou
maar niks".
Hierna
gaan we via SELLFOSS door naar de eerste camping bij LANDMANNALAUGAR. Camping
blijkt een groot woord voor het keienveld wat we bij aankomst aantreffen. Het
is wel prachtig gelegen tussen een aantal bergruggen en aan de droge bedding
van een gletsjerrivier, die in het voorjaar honderden meters breed moet zijn.
Herm,
Henk en Cor hebben het bier al flink aangesproken onderweg en zijn al aardig
gijs als we op de camping aankomen. Na het opzetten van de tenten, de eerste
keer kost dit 25 kromme haringen per tent, is het donker en gaan we op zoek
naar de warm waterbron die in de buurt moet zijn. Het gebied rond de bron is
heel nat en er zijn veel kleine slootjes. Ik kan geen pad vinden en heb geen
zin in een sloot te lopen. De anderen hebben geen schoenen aan (Cor wel) en
stampen dus dwars door het terrein naar de bron, waar Herm, Andre en Henk gaan
zwemmen en Cor met natte voeten foto's maakt.
Dinsdag 29-08-1989
Om
06.00 werd ik wakker van de kou en de rugpijn en om 07.00 heb ik de anderen (en
de hele camping hoorde ik later) gewekt om voor het ontbijt te gaan baden in de
heetwaterbron. Dit is echt een ervaring, boven water is het heel koud, onder
water heel warm, het verschil is zo groot dat de damp er vanaf slaat.
Na het
ontbijt met smerige havermout, wat de Engelsen porridge noemen en waar ze
borden vol van eten, gaan we op weg voor een lange “hike” en wat hiking was
wisten we niet, maar dat zouden we snel ontdekken, namelijk 3,5 uur lopen,
bergje op, bergje af. Cor zegt dat zijn favoriete sport wordt, maar dan per
helikopter.
Het
blijkt echter de moeite waard, want de top van de berg BLAHNUKUR die we
beklimmen biedt een van de mooiste vergezichten van IJsland. We zien bergen in
alle schakeringen rood, bruin en geel met hier en daar wat sneeuw en als we de
andere kant uitkijken zien we de vulkaan BRENNISTEINSALDA.Op de foto’s van deze
omgeving zie je veel zwarte brokken steen. Dit is obsidiaan, een keiharde
lavasoort die in het IJslands simpelweg HRAFNTINNURHYGGR heet.
Om
14.00 zijn we terug in het kamp en na de lunch maken we een korte wandeling van
slechts 1,5 uur naar een grote explosiekrater, genaamd LJOTTIPOLLUR (lelijke
poel). Op de terugweg zien we heuvels met veel sporen van 4wd’s in de
’s
Nachts begon het vreselijk hard te waaien en te regenen en we hebben dan ook
nauwelijks geslapen omdat je er niet helemaal zeker van bent of je tent wel zal
blijven staan. De haringen hebben niet echt veel houvast tussen de stenen en
het lavagruis. Als prettige bijkomstigheid heb je dan nog de kou en de
letterlijk keiharde ondergrond. ’s Morgens blijkt er inderdaad een tent plat gewaaid
te zijn.
Woensdag 30-08-1989
Behoorlijk
chagrijnig opgestaan, blijkt dat we ook nog buiten moeten ontbijten, omdat de
messtent al afgebroken is en een k-weer dat het is! Om 9.15 eindelijk de warme
bus in en op weg naar SKATAFELL. Onderweg gestopt om de grote waterval
OFAERUFOSS te bekijken, terwijl het onophoudelijk regent. Herm en Cor hebben
precies dezelfde outfit; KLM-jas, jeans en koreaboots, maar slechts een paar
rode handschoenen, die dan ook maar gedeeld worden, ieder één. Boven de
waterval is een natuurlijke brug ontstaan, doordat het water vroeger een groot
gat in de rots heeft geslepen. Catherine zegt dat van de zes keer dat ze hier
geweest is, maar een keer de zon geschenen heeft.
Daarna
zijn we gestopt bij een oude turfboerderij in NUPSSTADUR. Omdat hout op IJsland
schaars was, werden alleen de voorgevels van hout gemaakt en de rest van de
huizen en kerkjes werd van stenen en plaggen gemaakt.
Dan door
naar de camping, waar iedereen blij was gras te zien, maar weer te vroeg
gejuicht natuurlijk,
Na het
eten handbal gespeeld, wat meer op Australisch football leek, kompleet met kamikaze
aanvallen van Henk. Toen het donker werd om 9.30 zijn we met de hele club in de
messtent gaan zitten drinken. Hierbij kwamen de meest gore drankjes
tevoorschijn, zoals Brennivin, Thunderbird wine en een heleboel soorten whisky.
Andre loopt z'n lul weer achterna en begint C. te versieren en het lukt hem ook
nog! Het ziet er naar uit dat Herman de rest van de vakantie alleen slaapt. Toen
iedereen blauw was zijn we gaan slapen.
Donderdag 31-08-1989
Om 8.30
opgestaan en de zon schijnt! Om 10.00 op weg voor een tocht van ongeveer 5 uur.
Eerst langs de waterval SWARTIFOSS (Zwarte Waterval), waar je achterlangs kunt
lopen en waar we uit het riviertje gedronken hebben, zoals de honden deden die
ons al een tijd volgden. Toen door naar de top van een berg, vanwaar het begin
van de gletsjer te zien is, die we gisteren al zagen en waar je aan de andere
kant uitzicht hebt op een gigantische zandvlakte met honderden kleine
riviertjes.
Onderweg
zegt Herm; "M'n film staat al op 38, hij zal nu wel vol zijn. Hij begint
terug te spoelen en zegt dan dat de film gebroken moet zijn, want hij draait
niet. Cor maakt onder een jas de kamera open, blijkt dat Herman al 2 dagen
loopt te fotograferen zonder rolletje in zijn kamera!!
Cor
blijft steeds verder achter, geeft het uiteindelijk op en neemt een kortere
route terug naar het kamp, dit lopen en vooral het klimmen is niks voor hem.
Wij
zijn om 17.00 terug, net op tijd want het begint hard te regenen. Na het eten
gaan we liedjes zingen, waarbij C. ons begeleidt op de gitaar. Ze laat ons in
fonetisch schrift twee IJslandse liedjes opschrijven die we daarna proberen te
zingen. Dit ging als volgt:
Sau jek
spoa sudder i flowa
Sinkgur lowa oetie moa
Bie bie bie bie
Worred er kometh viest au nie.
en een
ander:
Riedem, riedem rekkum ivir-santin
Rennur soul
au bak bit ordnavek
Heer au reiki er margur oreid ondin
Oer thwee
fer ath skipja jukkelsvek
Trotin
laity treuzelin min
Driegul
verder siedasti au fonkin (2x)
of zoiets……
Vrijdag 01-09-1989
Om 7.00
opgestaan en het kamp opgebroken. Cor en Henk waren weer de laatsten (vertel
eens wat nieuws!) en de hele klub staat te kijken hoe ze proberen hun
binnentent, met de slaapzakken er nog in, in de zak te krijgen. Dit lukte maar
half, over de andere helft dan maar een vuilniszak gedaan.
We
gingen eerst naar een lagoon (een soort meer) ontstaan door het terugtrekken
van de gletsjer OREAFAJOKULL, hier zijn we met een amfibi-voertuig het water op
geweest en hebben langs de ijsbergen gevaren. Deze ijsbergen breken onder water
van de gletsjer af en schieten dan naar het oppervlak, ze schijnen zelfs wel
boven water uit te springen.
Toen
naar de grootste gletsjer van Europa, de VATNAJOKULL (
Bovenop
de gletsjer hebben we rond gecrost op Ski-doo's oftewel sneeuwscooters. Cor had
Martin achterop, die minstens
Overnachten
in HOFN op een camping met twee x niks aan faciliteiten, alleen een plee en een
wasbak buiten. 's Avonds gezwommen in een buitenbad en een heet bubbelbad
genomen. In elk gat blijkt er hier een
(openlucht) zwembad, met bubbelbad te zijn. De watertemperatuur in de
bubbelbaden loopt op tot 43 graden!
Henk,
Herm en Cor wilden nog naar een bar, wat een disco bleek te zijn, maar mochten
er niet in. De portier zei "Your shoes look like shit". Volgens C.
zeer on-ijslands om zo ongastvrij te zijn. Het werd knap koud, dus dat werd
weer een nachtje klappertanden.
Zaterdag 02-09-1989
Vandaag
maken we een lange, weinig spectaculaire rit door de omgeving van EGILSSTADIR
naar het meer LOGURINN. Tijdens de middagpauze gaan een aantal mensen op
aanraden van C. langs een riviertje naar stenen zoeken. Dit schijnt een bekende
vindplaats van kwarts en fossiele stenen te zijn.
Een van
de Engelsen, Mike valt plotseling stuiptrekkend op de grond.
Kathy-met-de-oortjes is er het eerst bij en zwaait naar mij om hulp. Ik ren
erheen en zie hem bewusteloos op de grond liggen en ren direct door naar de bus
om C. te waarschuwen. Het lijkt op een hartaanval of een epilepsie aanval.
John, die dokter (cardioloog) blijkt te zijn, voelt zijn pols en deze is
regelmatig. We dekken hem toe, leggen een jas onder zijn hoofd en laten hem zo
even liggen. Na een paar minuten komt hij weer bij en brengen we hem naar de
bus en vervolgen onze weg.
Op de
camping aangekomen, neemt C. de Landrover en gaat met Mike naar het ziekenhuis.
Hier vindt men ook niets bijzonders en hij mag verder meereizen. Het heeft hier
de hele middag weer geregend en er is hier absoluut niets anders te doen dan in
de tent zitten lezen en een borrel drinken. We hebben Cor en nog twee andere
drukkers toch aan het afwassen gekregen, daar moest ik natuurlijk even een foto
van maken.
Zondag 03-09-1989
In de
stromende regen hebben we de tenten afgebroken en gaan we op weg naar ASKJA.
Vlak bij de camping halen we eerst nog een vracht hout voor een kampvuur, die
we met z'n allen op de Landrover laden. Daarna volgt een lange rit door de
"desert", een kale verlaten vlakte, van zwart zand en stenen zonder
enige begroeiing. Hier hebben de NASA astronauten hun eerste maanlanding in
1969 voorbereid en ik kan me goed voorstellen dat het er veel op lijkt. Onderweg
komen we langs de "oase" HERDUBREIDALINDIR en maken we foto's van de
vulkaan HERTHOUBREITH (
Als de
bus niet verder kan, lopen we (we mogen in Cor z'n bijzijn geen
"hiken" meer zeggen) verder naar de vulkaankrater VITI, waarin zich
een warmwaterbron zou moeten bevinden. Volgens mijn gids van IJsland zou de
temperatuur 35 graden zijn, maar volgens de jongens is dit voor de oorlog
gedrukt, want veel warmer dan 20 graden is het niet. Weer zo'n unieke ervaring,
aan de rand van de krater sta je in de sneeuw, dan glibber je langs een
modderig pad
's
Avonds waait en regent het weer eens voor de verandering en C zegt dat de
laatste 6 voor het slapen gaan de messtent moeten afbreken, omdat we die anders
morgen aan de andere kant van IJsland weer op moeten halen. Iedereen wordt
opeens overmand door de slaap en stormt de messtent uit, om zijn eigen tent op
te gaan zoeken. Wij natuurlijk weer de pisang, maar gelukkig stopte het toen
met regenen en was het alleen nog maar hartstikke koud.
Wat ik
ook nog even kwijt moet is dat ik me vreselijk geërgerd heb aan het
aasgieren-gedrag van eenieder tijdens de lunch. Zodra het eten op tafel staat
stort iedereen zich erop en begint met zijn ellebogen werkend de lekkerste
dingen flink dik op zijn brood te smeren. Ik heb een paar keer netjes op mijn
beurt gewacht, maar dan mag je blij zijn als er nog een snee droog brood over
is. Vanaf morgen ga ik dus ook lekker duwen en eens kijken of ik die dikke aso
(nee niet Cor, maar Martin) van z'n plek kan krijgen.
Maandag 04-09-1989
Vanmorgen
bij het opstaan schijnt de zon over het verlaten ASKJA maanlandschap en na het
wassen in de rivier en het ontbijt, maken we een korte wandeling door de
DREKAGILL (Drakenravijn) een toepasselijke naam trouwens, want het is er
tamelijk donker en er hangt een mysterieus, haast mystiek sfeertje. Aan het
eind van het ravijn valt het water van een kleine waterval neer op een enorme
steen, hier zijn we een tij ‑dje blijven hangen voor we terug gingen.
Daarna
gingen we door de lavavelden op weg naar ASBYRGI, maar onderweg bekijken we
eerst nog de waterval DETTIFOSS ( ). We
zullen kamperen in een hoefijzervormige vallei, de JOKULSA die gevormd is door
een van de krachtigste gletsjerrivieren van IJsland, maar die volgens de
legende zou zijn ontstaan door de hoefafdruk van een van de acht poten (sorry,
voeten natuurlijk) van het paard van ODIN.
Een echte
camping met gras en goeie sanitaire voorzieningen, die echter door een communicatiestoring
tussen C. en de beheerder niet open zijn.
Voor
mensen met hoge nood wordt er met de Jeep een pendeldienst naar een openbaar
toilet opgezet, waar ik dankbaar gebruik van maak. Op weg naar het toilet zien
we tientallen vogels dood of half dood langs de weg liggen, wat ze mankeren is
niet duidelijk, maar het lijkt erop dat ze giftig voedsel hebben gegeten.
Om
19.00 gaan we paardrijden, waarbij de club in twee groepen wordt verdeeld,
namelijk mensen met en zonder ervaring. Wij natuurlijk (als enige mannen) in de
groep met ervaring, inclusief Cor en Herman. We hebben ongeveer 1,5 uur gereden
en Herman-mij-krijg-je-niet-meer-op-zo'n-stom-paard-Lamboo wil zijn paard mee
naar huis nemen en de rest is al even enthousiast. De IJslandse paardjes zijn
klein en draven heel hard, waarbij doorzitten de aangewezen manier van rijden
is, wat trouwens heel gemakkelijk gaat. Het zoontje van de eigenaar viel er in
galop twee keer af, maar werd er door z'n vader weer op gezet en reed gewoon weer
verder.
Na het
paardrijden gegeten en met de bus naar het dorp, waar we konden douchen in een
school. C had dit voor ons geregeld om het foutje met de douches op de camping
goed te maken. Ze zorgt goed voor haar gasten, vraag maar aan Andre.
Dinsdag 05-09-1989
Vandaag
rijden we naar REYKJALITH, via de hoofdweg langs de kust van het TJORNES
schiereiland. Onderweg zijn we gestopt om naar papagaaiduikers te kijken, maar
we hebbenb er geen gezien, waarschijnlijk net allemaal aan het duiken. John
gebruikte z'n vrouw Connie als statief voor een gigantische verrekijker en
daarna wisselden ze elkaar af. Andre natuurlijk meteen smerige opmerkingen
maken, maar ze hoorden het niet, of deden net als of.
Het
werd al weer heel gezellig achter in de bus, toen we in HUSAVIK aankwamen, waar
we zijn gestopt om te shoppen en de haven en de houten kerk te fotograferen. De
camping in REYKJALITH is niet groot, maar er is gras, goede wc's en douches en
een hotel met een bar! Om 19.00 gingen we met z'n vieren naar de bar, terwijl
de rest gaat zwemmen in het zwembad. Andre tellen we al niet meer mee, want
zoals Herman zegt "als Andre een veurtje heeft is ie niet gezellig
meer". De bar blijkt pas om 20.00 open te gaan, dus dan tot die tijd maar
bieren in de snackbar ernaast.
Na het
eten om 22.15 met bijna het hele gezelschap terug naar de bar. De whisky blijkt
hier goedkoper (minder duur) dan echt bier, dus het wordt al gauw heel
gezellig. Er worden moppen en sterke verhalen verteld, waarbij Seamus de kroon
spant, als die een mop vertelt, lach je je kapot, zelfs als je hem al kent!
Helaas komt er om 23.30 al een eind aan het feest, want dan sluit de tent.
Woensdag 06-09-1989
Vanochtend
konden we uitslapen, want we hoeven niet op te breken. Eerst gaan we met de bus
naar NAMASKARD, een gebied met veel thermische aktiviteit, waar een enorme
stoompijp uit de grond komt, die de overdruk uit het verwarmingssysteem laat
ontsnappen. Voor de foto moesten wij natuurlijk in die stoomwolken staan, maar
door de verstikkende zwavellucht hou je dat niet zo heel lang vol.
Daarna
gingen we naar KRAFLA, waar de jongste lavavelden van IJsland liggen, de
laatste uitbarsting was er in 1984. Het sneeuwt er en terwijl de groep
regenkleding en laarzen aantrekt, maken Herman en Hafsteinn een sneeuwpop. Dan
gaan we achterelkaar lopend door de lavavelden naar het centrum van het gebied,
waar de sneeuw nu, 5 jaar na de laatste uitbarsting, nog niet blijft liggen
door de warmte van de bodem.
's
Middags gaan we naar DIMMUBORGIR (Donkere Burchten), waar veel grillig gevormde
lavaformaties te zien zijn. Hier is het behoorlijk begroeid met struiken en
kleine berken. Verder rotsen waar door het gletsjerwater figuren in geslepen
zijn en regelmatig gevormde basaltformaties voorkomen.
We
beklimmen de kale, zwarte vulkaankrater HVERFJALL, die maar
Bij
MYVATN gaan we nog naar SKUTUSTADIR kijken, dit zijn pseudo-kraters, ontstaan
door in het meer gestroomde lava. Het regent weer en we vertrekken naar het
plaatselijke zwembad, waar we foto's maken in de ligstoelen, hotpod en onder
water in het grote bad.
Donderdag 07-09-1989
Vandaag
gaan we naar de grootste stad van het noorden van IJsland AKUREYRI, waar de
rest van de groep een vlucht naar het eiland GRIMSEY gaat maken. Wij hadden te
laat geboekt en kunnen niet mee. Het enige leuke ervan is volgens mij dat het
eiland boven de poolcirkel ligt, verder is er waarschijnlijk niet veel te zien.
Als alternatief gaan wij paardrijden, maar eerst nog even naar de slijterij.
C. gaat
bellen om het paardrijden te regelen, maar dan blijkt het niet te kunnen
doorgaan. Dan besluiten we maar te gaan jetskiën in het fjord, waar het stadje
aan gelegen is. Het is wel wat laat in het seizoen en de verhuurder van de
jetski's moet van huis gehaald worden. Gelukkig krijgen we dry-suits aan en
blijven we op de handen na droog en warm. Het zijn grote jetski's, meer een
soort waterscooters die gemakkelijk te besturen zijn en waar je gemakkelijk op
kunt blijven zitten.
Daarna
gaan Herm, Andre en Frank naar het zwembad en gaan Cor en Henk terug naar de
camping (lees drank). Toen wij terug kwamen bleken ze de gekochte drank al
bijna op te hebben en dit had anderen ook op het idee gebracht, want iedereen
zat aardig te tanken. Terwijl Henk met een van de Duitsers van de vulkaankrater
van gisteren praat, probeert Cor met zijn ATB de keukentent plat te rijden,
maar de laatste scheerlijn stopt hem.
Vervolgens
hebben Henk en Cor de buitentent van de cookie-crew omgedraaid over de binnentent
gezet en een stuk of 6 slaapzakken aan elkaar geritst.
's
Avonds zijn we naar een bar gegaan, waar een bandje speelde en iedereen had het
hier naar zijn zin. Terug op de camping moest er eerst nog een berg slaapzakken
uit de war gehaald worden, de mijne zat er ook tussen.
Vrijdag 08-09-1989
Vanmorgen
zijn we laat opgestaan en vertrokken naar HVERAVELLIR (Veld Van De Hete
Bronnen), dat tussen 2 enorme gletsjers in ligt en veel geothermische activiteit
(alweer!) kent. De reis gaat via de KJOLUR track en onderweg stoppen we bij een
blokhut om te eten, maar die blijkt op slot te zijn dus eten we maar weer
buiten. Het is trouwens goed weer en we bezoeken de schuilplaats van een
IJslandse outlaw EYVINDUR JONSSON, die hier in 1774 - 75 twee winters heeft
doorgebracht. Zijn huis bestond uit een gat in de grond, afgedekt met een
paarde-skelet, lavabrokken en takken. Wij zouden het er zelfs in de zomer nog
geen maand volhouden.
De
plaats waar we overnachten is een weerstation, waar een jong stel woont en waar
ongeveer 9 maanden per jaar sneeuw ligt. Wij zijn de eerste groep die dit jaar
(in september!) tot hier kunnen komen. We kunnen slapen in 2 blokhutten en
iedereen haast zich naar binnen om een goed plekje t42e vinden, behalve Peter
en zijn vriend. Die zijn gekomen om te kamperen en dus proberen ze in de
inmiddels opgestoken storm hun tent op te zetten.
Wij
bekijken het tafereel op ons gemak vanuit het zolderraam, terwijl we een borrel
drinken. Het wordt net gezellig op zolder als iedereen schrikt van een hoofd
met een pet, wat voor het zolderraam verschijnt. Het is Connie, die een ladder
gevonden heeft en "the lads" eens even komt controleren. Ze is heel
aardig, maar wat een lelijk hoofd heeft dat mens! Later zouden we nog meer last
van haar hebben.
Dan
gaan we foto's maken van het terrein achter de hut, wat bestaat uit terrassen,
gevormd door mineraalafzettingen. Ook hier weer veel steamvents (hoe noem je
dat in het Nederlands, "stoomuitlaten"?), modderpoelen, etc. Naast de
hut is een heetwaterbron (hotpod) en we nemen een bad. Het water is zo heet dat
er met een dikke buis koud water toegevoegd moet worden. Zo zitten we een
tijdje in het water, als die dikke Martin ineens opstaat (het waterpeil zakt
meteen) en naast het bad gaat staan pissen! Wij zijn toch wel wat gewend, maar
dit is wel erg onsmakelijk.
Na het
baden eten we gezamenlijk in een van de hutten, voor de verandering eens zonder
dikke jassen en poolbroeken aan en Cor schiet nog maar eens een rolletje vol. Dan
als het donker is eindelijk het kampvuur, waarvoor we het hout al over half
IJsland hebben meegesleept. Het wordt een beetje een anticlimax, wel gezellig
maar het is steenkoud en het stormt. Hierdoor bevries je aan de achterkant en
verbrandt je aan de voorkant. Wel leuke foto's gemaakt.
Hierna
gaat een groot deel van het gezelschap nog weer baden, waarbij Connie, die zo
blauw is als een IJslandse deur, de mannen lastigvalt. (eng hoor!) Dan gaan we
slapen, op echte matrassen en ik denk nog even aan die twee in hun tentje, dat
zijn nog eens echte kerels!
Zaterdag 09-09-1989
Na het
ontbijt de gebruikelijke procedure onder leiding van C; spullen inladen en
rommel opruimen, ook de weinige overblijfselen van het kampvuur worden
meegenomen, tot de as aan toe.
C. is
trouwens toch heel milieubewust, ik heb haar de hele vakantie geen
sigarettenpeukje op de grond zien gooien. Andre wil een goeie indruk maken en
stopt dus tegenwoordig ook zijn peuken in een plastic zakje.
We gaan
naar de waterval GULLFOSS (Gouden Waterval), een van de mooiste van IJsland,
waar het water in twee haaks op elkaar staande trappen
Hierna
rijden we met de bus
Op de
afgesproken plaats aangekomen krijgen we regenpakken aan, helmen op en een
peddel mee, maar water zien we nog niet. Na een heel eind lopen begrijpen we
waarom, we staren in een
We gaan
terug naar REYKJAVIK, waar we onze spullen naar het hotel brengen en een douche
nemen. 's Avonds gaan we eten en drinken in een cafe/restaurant, waar veel
jongelui komen. Hier moeten we trouwens onze mening dat er op IJsland geen
mooie vrouwen zijn, grondig herzien.
We
nemen afscheid van onze reisgenoten en van C., die het er ook moeilijk mee
heeft en van een, ondanks de regen en de kou, onvergetelijke vakantie in een
fantastisch land!